|
Microsoft Office Application Development
|
|
Bereiknamen in Excel Inleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Conclusie De context van namenWanneer een naam wordt gedefinieerd volgens de eerder in dit artikel beschreven methoden, dan is een naam altijd zichtbaar in de gehele werkmap. Dit wordt in het algemeen als een globale naam aangeduid. Namen kunnen echter ook lokaal zijn ten opzichte van een bepaald werkblad. Door tijdens de definitie de bladnaam te typen vóór de echte naam (gescheiden door een uitroepteken, zie Afbeelding 9), wordt de naam lokaal gemaakt naar het desbetreffende blad.
Mocht een bladnaam spaties of andere speciale karakters bevatten, dan dient deze omgeven te worden met apostrofjes: ‘Blad1 (2)’!Lokalenaam Lokale namen worden alleen zichtbaar gemaakt in het venster “Naam Bepalen” wanneer dit venster opgeroepen wordt op het desbetreffende blad. Deze lokale namen zijn te herkennen aan het gegeven dat de bladnaam erachter wordt getoond (zie Afbeelding 10).
Wanneer een naam zowel in lokale als in globale vorm voorkomt, kan er verwarring ontstaan welke naam waar gebruikt wordt. Op het blad met de lokale naam wordt altijd de lokale naam gebruikt. Op andere werkbladen wordt de globale naam gebruikt, tenzij voorafgegaan door de bladnaam die de lokale naam bevat: =Blad3!LokaleNaam Wanneer een werkblad waarnaar één of meer globale namen verwijzen wordt gekopieerd naar dezelfde map, dan zal Excel automatisch op de kopie lokale kopieën van de namen maken. Afbeelding 11 toont het gevolg voor de gedefinieerde namen in het dialoogvenster “Naam Bepalen”. Merk op, dat de (identiek genoemde) globale namen hier niet worden getoond en dus ook niet gewijzigd kunnen worden. Daartoe moet een ander werkblad worden geselecteerd.
| ||||||||||||||
|
Use the contact page to issue
questions or comments about this website. |